Sprookjesachtig Fès

Aan de oevers van de rivier Fès ligt de gelijknamige koningsstad. Haar talrijke koranscholen, een schat aan Andalusische en Arabische bouwwerken, grote pleinen en paleizen geven deze stad een betoverende sfeer.
Het water van Fès
Het is er in overvloed, maar u ziet het zelden stromen: het water van Fès. De rivier Qued Fès is wel te horen op de bruggen die de linker- en rechteroever van de koningsstad met elkaar verbinden. Ze is ook te zien langs de werkplaats van de leerlooiers rond het Seffarineplein. Volgens oude Arabische teksten ontspringt de rivier uit zestig verschillende bronnen in de vlakten ten westen van de stad, maar het water is nauwelijks te volgen totdat ze de stad bereikt. Hier voedt het water de fonteinen, moskeeën en woonhuizen en spoelt alle onreinheden uit de stad.
De jonge sultan Idriss II
Naast een functionele, heeft het water van Fès tevens een religieuze betekenis; de rituele reiniging in de moskee is ermee verbonden. Ook de stichting van koninklijk Fès vond plaats langs de rivier, hoewel de stad niet de eerste keus was van de jonge sultan Idriss II. Tweemaal eerder mislukte de bouw van een nieuwe stad, maar driemaal is scheepsrecht moet hij gedacht hebben. Met zijn paard kwam hij aan bij een waterbron en plots sprong hij vol overtuiging van het edele dier. Dit was dé plek om zich definitief te vestigen. Waarschijnlijk had zijn vader aleerder een stad gevestigd op de rechteroever van de rivier. Zijn zoon breidde de stad uit aan de andere zijde; hij ommuurde de stadsdelen afzonderlijk en verbond beide delen met een brug. Economische en culturele bloei Onder heerschappij van de Meriniden (1269-1465) kwam Fès tot volledige economische en culturele bloei. Duizenden bedrijven en maar liefst 800 gebedshuizen, elke bewoner van de medina heeft zicht op minstens één van de minaretten, zorgden voor hetwelbevinden van de 125.000 inwoners.
Economische en culturele bloei
Onder heerschappij van de Meriniden (1269-1465) kwam Fès tot volledige economische en culturele bloei. Duizenden bedrijven en maar liefst 800 gebedshuizen, elke bewoner van de medina heeft zicht op minstens één van de minaretten, zorgden voor het welbevinden van de 125.000 inwoners. Alleen al de in de 13e eeuw omgebouwde Kairaouyinemoskee kan maar liefst 22.000 gelovigen herbergen. Via geplaveide pleinen bereikt men twee paviljoenen en een bron; een architectonisch geheel dat enigszins doet denken aan het Alhambra in Granada. Rechts ervan verheft zich de slanke minaret van de Zaouia. Dit heiligdom wordt vereerd als graftombe van sultan Idriss II, de grondlegger van deze koningsstad.
Peperdure stadsherbergen
De universiteit, waar in de 14e eeuw zo’n 8.000 studenten geschoold werden, gold als een van de belangrijkste centra van de Arabische geleerdheid. Naast de universiteit drukten ook de talrijke koranscholen een stempel op het geestelijke leven van de koningsstad. Zo ook de weelderig versierde Bou Inania, waar leerlingen zich wijdden aan een soms wel tien jaar durende studie. De studenten verbleven in peperdure stadsherbergen, die speciaal voor hen in Spaans-Moorse stijl ontworpen werden. Volgens een legende reageerde de sultan zo heftig toen hij deze kosten onder ogen kreeg, dat hij resoluut de rekening in de rivier gooide. Volgens hem was ‘schoonheid’ nietuit te drukken in enorme geldbedragen.
El-Bali
De oude binnenstad, Fès El-Bali, strekt zich uit over beide oevers van de Qued Fès. Pas in de 11e eeuw werden beide wijken omringd door één stadsmuur. Het waren de vluchtelingen uit Tunesië die neerstreken binnen de stadsmuren op de linkeroever. Aan de andere kant van de rivier vestigden zich juist veel mensen afkomstig uit het Moorse deel van Spanje. Deze Andalusische wijk herbergt dan ook een schat aan Arabisch-Andalusische bouwwerken, bijvoorbeeld de El Andalousmoskee, en is eigenlijk één groot openluchtmuseum waar het eenvoudig verdwalen is in de wirwar van straatjes.
Nieuw-Fès
In tegenstelling tot de opeengepakte bebouwing van de oude binnenstad El-Bali, is El-Jedid, Nieuw-Fès, veel ruimer opgezet. In dit gebied, waar in de 13e eeuw de koninklijke residentie werd aangelegd, zijn het juist de open pleinen met paleizen en aangelegde tuinen die het koninklijke karakter accentueren. De straten rondom het paleis vormen de joodse wijk, mellah. Naast de typerende houten balkons staan hier vier synagogen. De Aben Danansynagoge, onder auspiciën van UNESCO in 1999 gerestaureerd, is vernoemd naar een oude familie van rabbijnen uit de koningsstad. Een oude tora is de grootste schat die zich in deze uit de 17e eeuw daterende synagoge bevindt.

Helaas verloor Fès al snel haar allure toen Rabat de hoofdstad van Marokko werd. De welgestelde inwoners verlieten de medina en de minder bedeelden betrokken hun huizen. Met hulp van UNESCO is Marokko al enige jaren bezig om de vervallen stad te restaureren, waardoor Fès met recht de naam koningsstad weer draagt.

De laatst bekeken reizen worden geladen.